dinsdag 28 oktober 2014

de Zee, lang, lang geleden...

Voor mijn 12 jaar gingen we nooit op vakantie. Dat was te duur en en te omslachtig met 3 kinderen en een hond. Wat we dan wel deden waren daguitstapjes. In die tijd kon je heel goedkoop met het hele gezin de trein nemen naar alle uithoeken van Nederland. Zo gingen we op een dag naar de zee. Niet naar Zoutelande of naar godbetert Wemeldinge, want daar kwam natuurlijk geen trein. Maar naar de befaamde badplaats Zandvoort aan Zee. Wat een belevenis! Ik mocht zelfs een vriendinnetje meevragen. Mijn buurmeisje Daisy was de gelukkige.

Ik was nog nooit aan de zee geweest. Behalve dan één keertje met school, op een druilerige dag. Veel zee hebben we toen niet gezien. Het was te koud en te nat voor de meester. Ik weet er verder niks meer van, dus dat telt niet.

Maar die éne keer, aan Zandvoort aan zee, was wel wat anders. Mama was al voor dag en dauw in de weer om een hele stapel broodjes te smeren en allerlei lekkers in te pakken. En de avond tevoren hadden we met kriebels in onze buik ons speelgoed al klaargelegd.

's Morgens vroeg stonden we op het station spannend te popelen en te hopen dat papa de juiste trein koos. Het was een lange rit, maar de spelletjes en de liedjes maakten alles goed. Hoe dichter we de zee voelden naderen hoe luider we zongen : "We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal... KONTJE kaal!!"

En toen waren we er. Eindelijk! Het was warm en zonnig. Ik snoof de zilte lucht diep in mij op en ik rende met mijn vriendinnetje de duinen door, het strand op. We zochten een mooi plekje uit op het immense strand. En de zee was eindeloos. Ik keek zo ver als mijn ogen dat konden en zag witte zeilbootjes plots aan de horizon verdwijnen. De dag kroop voorbij en het werd warmer en warmer, en het zand heter en heter. Zo heet dat ik er nog nauwelijks overheen kon lopen. Ik koelde mijn verschroeide voeten af in het frisse water, dook met Daisy in de golven en we zochten naar de allermooiste schelpen. We bouwden de grootste zandkastelen en maakten ligbankjes in het zand om even op uit te rusten. Ik zag mijn eerste kwal. Een glibberig hoopje snot dat levenloos was aangespoeld. Even dacht ik bang: "Wat als de zee er vol mee zit? " Maar het duurde niet lang of ik liet mij weer door de golven meelokken.

Als onze magen begonnen te knorren aten we met smaak de broodjes die mama zo lekker voor ons had klaargemaakt. Het zand kraakte tussen mijn tanden, ik proefde de zee, de warmte, en de liefde.

 ' s Avonds werd het zachter. Het licht minder fel. Veel mensen waren al weg. Eb. Op het stand bleven kleine plasjes achter waarin ik met Daisy en haar bootje bleef spelen tot de zon onder ging.

maandag 29 september 2014

De Zoölogie: een blitzbezoek met moraal

Zondag scheen de zon. En omdat het binnenkort alleen maar achteruit gaat, meteorologisch gezien, besloot ik om mijn Zonnebloemetje mee te nemen naar De Zoo. Ik had het al maanden geleden beloofd. Maar er was een volle zomer overheen gegaan. Een zomer vol flauwe excuses. En ja, soms moet een mens zijn beloftes gewoon eens nakomen. Dat ik de nacht van tevoren op een feestje iets te diep in de cava was gedoken, en mijn hoofd eigenlijk snakte naar een zacht en donzig kussen, probeerde ik met alle moeite van de wereld te negeren. Neen, vandaag: zon en zoo!



Van tevoren checkte ik bij mijn 5 jarige wat er op haar to-see-list stond. Na heel lang nadenken kwam ze tot de volgende opsomming: giraffen, pinguïns, sebera's en kakkerlakken. "En gaan we dan ook een ijsje eten mama?"
Mijn bloemen associëren de dierentuin niet met dieren maar met ijsjes. Niet verwonderlijk want er bevindt zich een ijskraam op vijf meter stappen rechts van de ingang. En verder ook nog achter elke bocht. En daar blijft het niet bij. Vijf meter aan de linkerkant van de ingang staat ook nog een ander kinderlokkend gevaarte. Een draaimolen.
U kan al raden dat bij aankomst de giraffen, slangen, sebera's en kakkerlakken al heel snel geen prioriteit meer waren ."Mag ik een ijsje en daarna in de draaimolen?" was de smekende vraag.
Ik dacht: streng zijn of ze leert nooit dat je in dit leven niet altijd alles tegelijk kan hebben. Vandaar dat ik zeg: "Luister goed, je kan kiezen: OF een ijsje, OF de draaimolen". Ik had op die leeftijd werkelijk lang getwijfeld bij zo'n existentiële keuze. Niet zo voor Zonnebloempje. Voor haar was het  zonneklaar. "Doe dan maar ijsje!" zei ze vastbesloten en met de glimlach. Opgelucht kocht ik meteen het beloofde hoorntje om alvast van het gezeur verlost te zijn. En omdat ik er zelf ook wel eentje lustte. Eerlijk is eerlijk. En of het smaakte! ...op een bankje in de nazomerzon tegenover het luipaard. Heerlijk.

"Zo, en nu gaan we maar eens rustig naar de dieren kijken", zei ik na onze laatste hap. "Op ons gemakje hè..." wilde ik er nog aan toevoegen terwijl ik me overeind hees, maar ze was al weg. Met een aanmanend: "Kom mama! Lopen! Dan ben je sneller!", koerste ze van hok naar hok, berg op, berg af, en in een mum van tijd hadden we onze ronde afgewerkt. Ik liep er hijgend en puffend achteraan, de zure oprispingen van mijn ijsje wegslikkend, terwijl ik de hele tijd "Wacht even, hier zit een slang hè! Stop! Kijk eens naar die leuke pinguïns! Kom eens terug, je hebt de giraffen niet eens gezien," liep te roepen.

Wat was ik zelf graag nog een kwartiertje naar die intrigerende chimpansees blijven kijken, al was het maar om even op adem te komen. En haar 'en passant'  in te wijden in de wondere wereld van Darwin. Ze heeft er tenslotte de leeftijd voor. Maar neen, het was blijkbaar een race. Zelfs die joekel van een tarantula en die enge kakkerbeesten konden haar geen twee seconden boeien.

Na een kort maar hevig klimrondje in de speeltuin spurtte ze verwachtingsvol terug richting ingang. Want ja hoor, daar was hij nog steeds!  De Draaimolen.  Maar jammer genoeg ook de teleurstelling. Want moeder hield voet bij stuk. Voor één keertje dan toch. "Geen draaimolen schat. Je hebt gekozen voor het ijsje." Gelukkig kan ze nog niet lezen en zag ze niet dat je al een ritje hebt voor een luttele 1,50 EUR. Wat dus echt niks is. Ik had echt geen poot gehad om op te staan.
Maar mijn principiële hardvochtigheid won het dit keer dan toch van mijn weekhartigheid. 

En nu maar hopen dat ze later zal snappen hoe moeilijk het is consequent te blijven.

maandag 22 september 2014

De auto, altijd een beetje reizen.


Kent u dat? U zit in de auto met enkele collega's en u bent chauffeur. Op de Brusselse Ring. Tijdens het spitsuur. Er is sprake van een zekere tijdsdruk. Een naderende file. U moet bijgevolg op de weg letten en zéker de eerstvolgende afslag nemen. Stress. Want u wil in geen geval 50 km harmonicarijden met zevenduizend andere bestuurders. Want dan komt u, samen met uw collega's, te laat. En dan is dat UW schuld.Want u reed en u hebt niet goed opgelet. U zet bijgevolg de radio uit en neemt uw verantwoordelijkheid. Focust op de baan. 
Intussen ontspint zich op de achterbank een geanimeerd gesprek. Ook al wéét u dat het géén goed idee is om u hierin te mengen, toch doet u het. Niet omdat het onderwerp zo bijster interessant is (de kuisvrouw, de was, niet opruimende kinderen). Wel omdat u anders een asociaal beeld van uzelf ophangt, nors en zwijgzaam achter het stuur. Of omdat u vindt dat úw kuisvrouw en úw kinderen toch écht de kantjes ervan aflopen de laatste tijd. En u dat snel kwijt wil. Nu het even kan. U praat dus toch mee. Eventjes maar.
Wel, u misschien niet, maar IK slaag er dan elke keer weer in om toch die afslag te missen en die file in te rijden.
Gelukkig viel het verlies aan tijd mee. Maar mijn multifocale brein takelt af. Zoveel is zeker.
Volgende keer toch maar met de trein?


donderdag 18 september 2014

Te biecht na 10 jaar moederschap.

Grote Bloem werd onlangs 10. Tijd om een aantal dingen op te biechten.
Dit zijn 10 dingen waar u mij 10 jaar geleden niet op zou hebben betrapt.

  1. In mijn eentje een halve fles wijn leegdrinken op een doordeweekse avond. 
  2. Met plezier en schaamteloos meezingen met én dansen op commerciële brolmuziek genre Nicky Minaj of Katy Perry.
  3. NU willen zien wie mijn profielfoto geliked heeft op Facebook
  4. Een half pak carréconfiturekes opeten omdat ik te uitgeteld ben om een appelsien te schillen.
  5. Letterlijk misselijk worden van het nieuws. Vreemd, want wat Dutroux deed was ook erg.
  6.  5 à 10 km aan één stuk lopen (OK, ik geef toe, dat was 2 jaar geleden). 
  7. Samen met andere ouders schaamteloos staan roepen aan de rand van een hockeyveld.
  8. Spontaan Frans praten om bewust niet verstaan te worden.
  9. Een hele zondagmiddag lang een Playmobil school in elkaar zetten. 
  10. Figuurcorrigerend ondergoed dragen. 

donderdag 19 september 2013

Het huisdier dat ons allen verbaasde.

Na 3 jaar onophoudelijk zeuren dat ze een huisdier willen, ging ik een aantal maanden geleden dan toch maar overstag.
Na het avontuur met Choco, wisten ze alvast dat ze geen cavia kregen omdat ik daar, toen al, allergisch voor bleek. En omdat konijnen, hamsters, fretten en ratten in dezelfde kruipende en knagende categorie zitten als cavia's en ik dus hoogstwaarschijnlijk ook dáár allergisch voor ben, hadden voornoemde dieren ook afgedaan. Ja, ook de "echt lieve dwergkonijntjes". 
Goed, wat bleef er dan nog over? Vissen? Ook al geprobeerd. En afgevoerd wegens weinig succesvol. Want ondanks de goede zorgen en het voorgeschreven absolute minimum aan eten duurde het geen drie weken of ze stierven een mysterieuze dood. Wat bij mij terloops even de vraag ontlokt: waar zijn die keiharde kermisgoudvissen van weleer gebleven?
 "Een hond dan mama? Alsjebliiiieeef?" Nee, ook geen hond want zo'n beest is de hele dag doodeenzaam en jankt zó hard dat de politie hem uit medelijden komt weghalen om hem naar een asiel te brengen en dat kunnen we hem toch niet aandoen? Toch, meisjes? Bovendien hebben honden, hoe lief ze ook zijn, de onhebbelijke gewoonte om te stinken.  Al ooit eens een hondenscheet geroken? Precies. Een bedwelmende geur waar je een hele avond lang van mag genieten, terwijl het brave beest op je voeten ligt te hijgen.
Een poes werd ook even in overweging genomen, zeker omdat we regelmatig kampen met een muisje hier en daar. Ze vangen ook grote 8 potige griezels, heb ik me laten vertellen. Maar toch, die haren hè, die dikke vlokken en plukken die overal blijven aankleven... En laat stofzuigen nu nét niet in mijn dagelijkse pretpakket zitten. En het uitscheppen van een stinkende kattebak evenmin.
En zodus werd het "een vogelke". Een grasparkietje dat de schattige naam Jippie meekreeg.
En ja, een huisdier zonder nadelen is voor zover ik weet nog niet uitgevonden. Want ook Jippie maakt vuiligheid en stinkt (een beetje). Zeker als de Bloemen het uitmesten van zijn kooi steeds weer uitstellen. En ik denk dat hij soms ook eenzaam is. Dat leid ik af van zijn onophoudelijk gekrijs en gekwetter als we na een lange dag met hem herenigd worden. Tam hebben we hem tot nog toe niet gekregen. Hoewel ik hem iedere dag trouw bij zijn naam noem en hem het verloop van mijn dag vertel, terwijl ik hem een lekker takje trosgierst voorhoud. Dat houden we nog even vol. Hij heeft intussen al de woonkamer rondgevlogen en ik heb ook het raam voor hem afgeplakt. Hij houdt toch al een beetje van ons denk ik. En hij voelt zich ook op zijn gemak. Tenminste, dat merk ik aan zijn nogal 'opgewonden' gedrag in het hoekje van zijn kooi. "Wat is Jippie aan het doen, mama? " En zo blijkt een parkiet, die zichzelf bevredigt, tenslotte ook nog  interessant biologisch studiemateriaal :-)


maandag 16 september 2013

Net ontdekt dat ik mezelf in stukjes moet hakken of 5 levens moet hebben...

...om alles te kunnen doen wat ik wil doen. Namelijk:
  • Steeds de allernieuwste goede romans lezen.
  • Mij verdiepen in poëzie die de moeite is.
  • De wereld van de klassieke muziek en jazz ontdekken.
  • Alle afleveringen van Six Feet Under, Dexter, The Killing, Mad Man, Borgen, The Walking Dead, Girls, True Blood, In Treatement, inclusief de herhalingen van Twin Peaks bekijken.
  • Elke week naar de cinema gaan zodat ik op filmvlak ook steeds mee ben. 
  • Terug muziek beginnen spelen, meer bepaald cello of altviool. 
  • Meteen ook maar mijn notenleer opfrissen. 
  • Me terug in het oudercomité smijten. 
  • Vaker afspreken met leuke vriendinnen in leuke cafeetjes. 
  • Elke avond een echt goed gesprek met de Bloemen. In plaats van de steeds terugkerende commando's: hang uw jas op, zet uw schoenen in de gang, maak uw huiswerk, eet uw bord leeg, poets uw tanden, doe uw pyjama aan, kruip in uw bed en tot morgen.
  • Opnieuw beginnen zingen, in een koor of solo, mezelf begeleidend op piano of gitaar. Twee instrumenten die ik dan ook graag onder de knie wil krijgen.
  • Yoga, tai chi of kung fu beoefenen. 
  • Salsa of tango dansen met echtgenoot. 
  • Een degelijke therapie of counselor opleiding volgen . 
  • En trainen, trainen, trainen tot ik klaar ben om mijn aller, állergrootste droom te verwezenlijken namelijk, de marathon van New York lopen. 
  • Maar als dat niet lukt (naar alle waarschijnlijkheid) is een citytrip daarheen ook al fantastisch.

zondag 15 september 2013

De rommelmarkt

Voor alles moet een eerste keer zijn. Dus ook voor het verkopen van oude citruspersen, vergeten babyspeelgoed en aquariumbakken waar vissen in doodgaan. Nu is het rondstruinen op rommelmarkten niet echt mijn ding. Want hoe kun je in vredesnaam tussen alle die doffe koperen potjes en kitscherige postuurtjes iets vinden dat in geen enkele andere winkel op de hele Meir te koop is? Iets dat bovendien fatsoenlijk oogt en liefst ook nog een beetje fris ruikt.  Volgens mij kun je dat niet. Tenzij je een gehaaide antiquair bent op zoek naar zeldzaam Wedgwood porselein of een onontdekte Van Gogh, zie ik het nut er dan ook niet van in.  "Ach, mijn huis is al rommelig genoeg", denk ik steeds, als je me er dan toch heel sporadisch betrapt en mijn oog toevallig valt op een schattig kapstokje of zo.  Maar, er zullen uiteraard wel mensen zijn die er enórm veel  plezier aan beleven en die misschien ook wel net op dat moment mijn citruspers willen kopen, of een stoffig schommelpaardje dat nog net niet door zijn rug gegaan is. Tenminste, dat was mijn hoop toen ik eraan begon.Van oude rommel afraken en met het geld de Bloemen blijmaken, was het plan.  "Al het geld dat we verdienen is voor jullie spaarpot!" enthousiasmeerde ik hen van tevoren. Waarmee ik hen meteen aanspoorde een selectie te maken uit de vele items speelgoed in hun bezit. "Och ja, dat schommelpaardje mag nu wel weg hoor mama, dat is toch écht voor heel, héél, kleine kindjes. Die gaan daar zooo blij mee zijn.", zei Anemoon meelevend. Waarop Vlijtig Liesje:  " En deze barbiepoppen, die hoeven we ook niet meer, die verkopen we gewoon aan 1 euro en dan hebben we toch  al 8 euro.  En... "Ik kan nu al heel, héél erg moeilijke puzzels maken, ja echt waar, vraag maar aan juf!", riep Zonnebloem fier, terwijl ze al haar babypuzzels in één ruk uit de kast sleurde en ze voor de allerlaatste keer samenlegde om te kijken of ze nog compleet waren. "Fijn, bespaart mij een hoop werk" dacht ik mij mezelf.
De verkoop ging best vlotjes. Het schommelpaard bleek erg gewild, alsook de citruspers en de dodelijke aquariumbak. En de barbiepoppen? Die vlogen gelukkig ook als zoete broodjes aan 1 euro per stuk de deur uit, weliswaar voorzien van enige toelichting door Vlijtige Lies over hoe men de haren dient te onderhouden en deftig in te vlechten.
...En toen gingen ze even rondkijken. "Dat mag toch hè mama? Gewoon even rondkijken?" Nog geen kwartier later hoorde ik Zonnebloem happend naar adem roepen : "Mama! Ik heb een KEI-moeilijke puzzel gezien! Van 100 stukjes!". Waarna Vlijtig Liesje met een piepstemmetje: " En zooo'n  mooooi Pet Shop huisje, echt zoooo schattig...daar...tussen de rommel van die mevrouw! Mag ik dat kopen mama, pliiiiieeeeese, met het geld van de Barbies?" En Anemoon had nóg niks gezien, maar ging dan nog eens kijken. Waarschijnlijk omdat ze me overstag zag gaan en vreesde dat ze er anders niks aan zou overhouden. "Je kan het geld ook in je spaarpot steken!", riep ik nog. Tevergeefs.
 
"Mogen we het geld nu in onze spaarpot steken? " Natuurlijk zei ik, terwijl ik ze elk, zeer plechtig, een stuk van 50 cent overhandigde . "Joepie!", riepen ze,  terwijl ze met hun gauw gevulde kinderhanden naar hun spaarvarkens snelden.



zaterdag 7 september 2013

Faalangst

Ik durfde het gewoon niet meer. Schrijven. Bang om te worden afgerekend (door mezelf) op wat ik zou zeggen en hoe. Stukje na stukje dacht ik: ik kan beter. Het moet beter. De volgende keer heb ik een beklijvender verhaal, sappiger geschreven, leuker om te lezen en voor iedereen even interessant. Op naar het perfecte blogstukje! Maar dat bestaat natuurlijk niet. Of misschien toch? Er zijn namelijk mensen die dat kunnen, héél dicht in de buurt komen van het perfecte blogstukje. Maar ik hoor daar niet bij. En dat is eigenlijk niet erg. Vind ik nu. Daar is niks mis mee. Het heeft lang geduurd voor ik daar achter kwam. En het heeft veel voeten in de aarde gehad. Want natuurlijk ging dat faalangstige writersblockgevoel niet alleen over het perfecte blogstukje. Het ging eigenlijk over perfect willen zijn tout court. Ik wilde namelijk ook de perfect moeder zijn, bijvoorbeeld. En de perfecte echtgenote. En werknemer. En dochter en zus en vriendin en buurvrouw en ga zo maar door. Met het perfecte leven en de perfecte levenswijze. En intussen gebeurde er iets wat ik totaal niet in de gaten had. Ik stevende er in een recordtempo op af. En plotseling zat ik er middenin: de 'burn-out'. En toen kon ik niks meer. Alsof ik in een moeras wegzakte dat me naar beneden zoog, terwijl ik nergens maar dan ook nergens meer houvast had. En daar klim ik nu langzaam terug uit. Of tenminste, dat probeer ik. 
ZO. Het is eruit. Hè hè.

En nu wil terug beginnen schrijven. Omdat ik voel dat ik het wil. En omdat ik het leuk vind. Anders nu. Minder onder druk gezet door mezelf.  Gewoon een beetje lullen, zeveren over onnozele dingen die me opvielen en die ik me later vooral zelf graag wil herinneren. Dus: als ik er de energie voor vind, vind u mij nu ook terug. Dat hoop ik althans.



dinsdag 9 oktober 2012

Straatrat

Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om mijn kinderen onbewaakt op straat te laten spelen. Niet alleen omdat ik het niet op mijn geweten wil  hebben dat ze gegrepen worden door een auto die aan een rotvaart de hoek om komt gevlogen. Er is nog een andere reden die mij noopt tot dit besluit.
Ikzelf kende de straten van mijn pittoreske dorpje als mijn broekzak. Voor u zich idyllische taferelen in het hoofd haalt van vredig in het zonnetje hinkelende kinderen die even later gezellig bij elkaar thuis pannenkoeken gaan eten, vergeet het. Denk eerder aan straatkinderen in Braziliaanse sloppenwijken of scènes uit Lord of the Flies. Als je niet eerst meedogenloos uit je kliekje werd getrapt, dan werd je even later na de nodige smeekbedes wel ritueel opgenomen in een andere bende. En met ritueel bedoel ik bijvoorbeeld het drinken van een aftreksel van brandnetel, sprinkhanenpoten en koeienstront. Het éne moment vernielden we een hut van een rivaliserend groepje in het stukje bos verderop, het andere moment verdedigden we ons eigen kamp met hand, tand en als het moest, met ons leven. We bekwaamden ons daartoe in het fabriceren van speren, pijlen en voetklemmen. Een buurjongen met een licht exhibitionistisch trekje leerden we een lesje door zijn zusje te dwingen om pili pili in zijn onderbroek te strooien.  Dat viel allemaal nog mee. Maar wat we als wraak met elkaars hamsters uitspookten, daar weid ik liever niet over uit. We hadden aanhoudend ruzie, blauwe ogen en kapotte knieën. Mijn moeder had geen enkel vermoeden. Ze klaagde wel over mijn vuile nagels en zette mij bij tijd en wijl liefdevol in een lekker warm sodabad. Maar verder moet ze gedacht hebben dat onschuldig spelende kinderen wel eens een schrammetje of een bloeduitstortinkje oplopen.
Later, toen we als pas ontloken tienermeisjes oog kregen voor het mannelijk schoon in het dorp, werd het zo mogelijk nog erger. We probeerden elkaar te raken op onze meest gevoelige plek. Ons hart. In naam van de liefde werden er vele gebroken. Zogenaamde boezemvriendschappen werden koudweg aan diggelen geslagen.  Wapenstilstanden kenden we niet. Enkel een bittere, niet aflatende strijd met venijnige roddels, leugens en eerroof als wapens en met als inzet: die éne mooie blonde halfgod van het naburige dorp, die elk meisje in katzwijm deed vallen.
Toen ik op mijn 18de uit het dorpje wegtrok om te gaan studeren voelde dat aan als het verlaten van een bloederig slagveld.
Pas nu, zoveel jaren later, gebruiken we schoorvoetend Facebook als vredesoffensief.

"Mama, ik ben weer gevallen op school", bekende mijn 6-jarige Kleine  Bloem  gisteren, wijzend naar de twee pleisters op haar knieën. "En er was keiveel bloed, maar het deed geen pijn en ik heb niet geweend!".
 "Je hebt toch weer niet gevochten, zoals vorige keer?", vraag ik. "Neen hoor, gewoon gevallen. Oh, en Dominique is mijn vriendin niet meer, ik speel nu alleen nog met Louise, want die trekt tenminste niet aan mijn haar", vervolgt ze.

Soda, waar vind je dat nog?

zondag 19 juni 2011

Op een mooie Pinksterdag

Lawaai, drukte en de bedwelmende geur van smoutebollen en braadworsten. Ik haat het, mijn kinderen zijn er dol op. "Wanneer gaan we nu naar De Sinksenfoor? Straks is hij alweer weg en zijn we wéér niet geweest, zoals vorig jaar!", zegt mijn oudste net iets te beschuldigend. Ik besluit om deze keer niet uit (lees: af) te stellen maar het monster wel stante pede en dapper tegemoet te treden.
Even later zitten we in de auto, al een half uur naarstig op zoek naar dat éne lege parkeerplaatsje. "Ooh, zalig, ik ruik ze al, de smoutebollen!" roept mijn oudste voor de vierde keer op rij terwijl ze het raampje nog wat verder opendraait". "En ook suikerspinnen!" roept de middelste na. De jongste wipt vrolijk op en neer op de maat van de kermisbeats. Als er plots een auto wegrijdt, en het de 4x4 voor me net niet lukt om zich in het vrijgekomen plaatsje te wurmen, weet ik dat rechtsomkeert maken er niet meer inzit.
Op het terrein  is het over de koppen lopen, zigzaggen tussen tweelingbuggy’s met jengelende baby's, frieten etende bierbuiken, platgetrapte hamburgers, en hier en daar een meelijwekkende pitbull. Even dwalen mijn gedachten af  naar mijn kindertijd. Ik was net geen 10 en trok met mijn trouwe viervoeter naar de plaatselijke dorpskermis. Ik zag het al helemaal voor me. Ik zou die vervelende  jongens bij de botsauto's wel eens een lesje leren. Ik had nu immers een hond. Een boxer nog wel. Maar het beest in kwestie, dat er gevaarlijker uitzag dan het in werkelijkheid was, kreeg op een halve kilometer van het gedreun een paniekaanval en liep hard weg. Ik vond hem pas uren later terug. Bibberend in het tuinhuisje van de buren. Sindsdien heb ik altijd medelijden met honden op kermissen. …“Dierenbeul" zeg ik net luid genoeg. Snel lopen we voorbij zodat de eigenaar van de pitbull, die eruitziet als een frequente kermisbezoeker, niks kan terugzeggen
De paniek mij om het hart. Stel dat ik één van mijn kinderen uit het oog verlies? Ik kribbel mijn telefoonnummer op hun handjes terwijl ik boven het lawaai uitroep: “ALS JULLIE ME KWIJT ZIJN MOGEN JULLIE NIET MET VREEMDE MENEREN OF MEVROUWEN MEEGAAN HOOR, MAAR WÉL VRAGEN  DAT NUMMER TE BELLEN!” Ze staren me onbegrijpend aan met die grote ogen van ze en vragen alleen maar: "WANNEER KRIJGEN WIJ NU SMOUTEBOLLEN?", "JA, OF EEN SUIKERSPIN?". “Eerst even in de molentjes" mompel ik . "Want anders gaan jullie KOTSEN!".
Het ene moment zien mijn lede ogen hoe de beurs slinkt. Het andere moment schieten ze vol als ik die lachende gezichtjes zie, naar hen terugzwaai en even later hoor hoe leuk het was in de brandweerauto of op de paardjes.
Op naar de eendenkraam. Nadat ze elk tien exemplaren hebben gevangen mogen ze iets kiezen. Zoals altijd uit de onderste rij. Maar ze willen iets uit de bovenste rij. U weet wel waar ik het over heb. Ze willen altijd iets uit de bovenste rij. Maar ik heb maar 5 euro per kind betaald, dus smoor ik snel het akkefietje in de kiem en vraag luidkeels : “HEEFT ER IEMAND ZIN IN SMOUTEBOLLEN OF EEN SUIKERSPIN?”  “JAAAA!” Roepen de oudsten in koor, terwijl ze alsnog akkoord gaan met een trompet en een beer uit de onderste rij. Oef. De jongste wipt  bij wijze van antwoord net ietsje sneller op en neer dan de kermisbeats. Voor eendjes vangen is ze nog te klein. De eenden zouden al gauw tussen de platgetrapte hamburgers belanden. Maar de suikerspin gaat er wel in. Evenals de smoutebollen. Zij smullen. Ik smul. Plakkende handen, poedersuiker overal. Ach wat, het hoort er allemaal bij. En een smoutebol maakt veel goed.

donderdag 9 juni 2011

Hormonale flipperkast

Normaal heb ik er niet zoveel last van. Mijn homonenspiegel was altijd nogal stabiel. Op een maandelijkse chocolade-uitspatting en een klein ingehouden snauwtje naar mijn Liefde na, viel het allemaal vrij goed mee. Ik heb nochtans het gevoel dat het met de jaren erger wordt. Of is het misschien de menopauze die zich (uiteraard) veel te vroeg aankondigt?
Vandaag was het weer zo'n 'heerlijke' dag. Opstaan is beginnen aan een dubbele iron lady. Hoofdpijn, buikpijn en vooral een allesverlammende moedeloosheid. Ik kan maar één ding denken als ik me op m'n dagplanning concentreer: ik heb er zóóóó géééén zin in vandaag. Bweurk. "Ik meld me ziek en blijf in bed", denk ik. Maar wie brengt de kinderen dan naar school? Wie belt mijn cliënten af? Welke collega kan mijn werk overnemen? En weer een teamvergadering missen? Neen, dan toch maar opstaan en eraan beginnen. (Damn, dat plichtbewustzijn altijd!) Mezelf erdoorheen slepen is de enige optie. Mijn haar wassen? Foert, dan heb ik maar een vettige kop. Mijn benen ontharen? Ik trek wel een makkelijke broek aan. En ach, dan heb ik maar wallen, en dan zie ik er maar moe en afgepeigerd uit. Wie kan het schelen?  Ik moet tenslotte toch nooit meer een man aan de haak slaan.
Het groot stuk chocola bij het ontbijt brengt iets of wat verlichting en de daaropvolgende dikke plak peperkoek met goede boter nog een beetje meer. "Ik zou beter yoghurt eten, met een kiwi of zo", denk ik terwijl ik gemorste melk opveeg met m'n ene hand en met m'n andere hand mijn Bloemen voorzie van ontbijtgranen terwijl ik het bijgeleverde gadget angstvallig verborgen tracht te houden ter preventie van ruzie.
Natuurlijk heb ik wind tegen bij het fietsen. En natuurlijk hebben ze het gadget toch nog ontdekt en kibbelen ze de hele weg naar school over wie het mag hebben en in plaats van wat. Ze hebben het ook koud en ze hebben ook nog dorst en ze willen ook niet naar de nabewaking en ik zeg alleen maar: "WAT? IK VERSTA JULLIE NIET MET DIE HARDE WIND!"
Eenmaal op het werk wordt het niet beter. De koffie is te sterk, de vergadering te vervelend, de koekjes te uitgedroogd, de cliënten te zeurderig, de dafalgan niet sterk genoeg, het ecologisch toiletpapier te ruw, de e-mails te moeilijk om meteen te beantwoorden, de to do stapel te overwoekerd. Gelukkig zijn mijn collega's nog lief. Wat zou ik zijn zonder hen.

woensdag 8 juni 2011

Tijdbom

Ik was eens vroeg gaan slapen. Heel uitzonderlijk in mijn geval. Ik rek de dag meestal  tot hij knapt als een te ver uitgetrokken elastiekje. Ik was net in een zwoele slaap gevallen. Je kent het wel, zo’n comateuze toestand waardoor je 's morgens opstaat met de ogen van Annemie Neyts.
Plots schrik ik wakker. Paniekerig en badend in het zweet . 00:00. Ik hoorde ze al in mijn spannende droom (een wilde politieachtervolging met mijzelf  in de hoofdrol), maar het geluid loeit nu opdringerig de slaapkamer binnen. Zijn het wel politiesirenes? Of ziekenwagens? Neen, het zijn brandweerwagens!  En niet twee of drie, neen, wel vijftien! Jezus nog aan toe, nu zijn het er al twintig! En nog één en nog één en nog één.... Ik slik. En ik ruik brandlucht, of zo lijkt het toch. En hoor ik nu ook schreeuwende mensen?
Het eerste wat er in mijn hoofd opkomt is: KERNRAMP. Snel en luidruchtig wek ik mijn echtgenoot en deel hem het afschuwelijke nieuws mee. Ik wil al bijna de jodiumpillen zoeken en maatregelen treffen om mijn kinderen te evacueren naar familie in het buitenland (want ik ga echt niet tussen de spinnen in onze vuile kelder zitten) ... tot hij verveeld zegt  "Het is vast weer zo'n fabrieksbrandje", en zich weer omdraait. "Of een gasontploffing hier ergens ver vandaan”, mompelt hij nog na en dan hoor ik enkel nog zijn irritante gesnurk, en verder niets meer.
"Mama moet nu naar het nieuws kijken!”, roep ik  's morgens tegen mijn dochters terwijl ik hen wegduw van de computer die ze al sinds 6:00 bezet houden. En plots wordt het me duidelijk. Natuurlijk! Hoe had ik het kunnen vergeten? Voetbal!  En dat in combinatie met Noord-Afrikaanse heethoofden, alcohol die ze volgens hun godsdienst niet mogen drinken in bars waar ze volgens diezelfde godsdienst evenmin mogen komen en… "Borgerhout". Is er nog een betere reden om de boel eens lekker te laten ontploffen?
Hoe begint zo'n keetschopper daar dan aan, vraag ik me af. Zegt hij tegen zijn vrienden boelmakers: "Mannen, de wedstrijd is gedaan, we gaan nu eens lekker een paar stenen gooien naar onschuldige lijnbuschauffeurs, geparkeerde auto's vernielen en angstige politieagenten intimideren! Kom op, het leven is veel te kort om u al neder te vleien naast uw gewillige vrouwen!" En roepen de anderen dan: "Ja man, geweldig idee, Borgerhout is aan ons, laat ze maar komen die flikken!"  Maar denken ze dan ook: “Laten we daarmee dan ineens nog wat koren op de molen van extreem rechts smijten en onze complete gemeenschap voor de komende tien jaar weer eens met de grond gelijk maken!"
Neen, natuurlijk niet. Want het zijn jonge gasten, slachtoffer van hun argeloze opvoeding, een resem uitgebluste leerkrachten, racistische buren en de uitzichtloze werkloosheid. Ze hebben niets beters te doen dan de hele dag agressie te cultiveren. En weet u wat vreemd is? Hun zussen, nochtans evengoed slachtoffer, doen dat niet. Neen, die zitten braafjes boven hun studieboeken, maken heerlijke tajines en doen gehoorzaam hun hoofddoekje op als men het vraagt. (“af” is een andere kwestie).  En het is u misschien nog niet opgevallen maar deze meisjes spuwen ook nooit in trams of op de openbare weg.
Het euvel haalde het avondnieuws. Borgerhout is natuurlijk altijd dankbaar wat dat betreft.
"Eén meerderjarige moet voor de correctionele rechtbank verschijnen en één minderjarige voor de jeugdrechter... Zo, en nu tijd voor voetbal...", vervolgde het nieuwsanker.
En daarmee is de kous alweer af. Geen imam die de rellen scherp veroordeelt, geen verongelijkte  Marokkaanse vader die om vergeving vraagt, geen vakbondsvertegenwoordiger die oproept tot een hardere aanpak van de criminaliteit. Zelfs geen lang vergeten Vlaamsbelanger om te fulmineren tegen het politieke establishment.  Wel de zoveelste rel, als smeulend hete as onder  A mat geveegd.

zondag 5 juni 2011

Ontsnapping uit Kabouterland

"Ik moet maar eens dringend naar mezelf op zoek gaan", zei de vrouw. Ze doorsnuffelde de strijkstapel, inspecteerde de overvolle buffetkast die al jaren niet meer dichtging, keek onder het stoffige tapijt, en zocht voor alle zekerheid ook eens tussen de plakkende lolly's en volgesnoten zakdoekjes in haar handtas. Niets. "Waar heb ik mezelf toch gelaten?" vroeg ze zich af.
In feite draaide alles al jaren maar om één ding. Kinderen. Eerst 10 jaar om zichzelf ervan te overtuigen dat ze die echt wilde. En de daaropvolgende jaren waren verdwenen als sneeuw onder de zon der moederschapsgeneugten.  Kinderen hier, kinderen daar en kinderen overal. En dat in drievoud. Op zich wel een leuke vervullende, of moeten we zeggen, vervuilende bezigheid. Ware het niet dat Kabouterland ook zijn beperkingen kende. En die voelde de vrouw maar al te goed aan. (Bij het verschonen van de 7642ste poepluier bijvoorbeeld, of na het overdreven bewieroken van de 543ste kindertekening, en al zéker na die weerzinwekkende droom de nacht vooraf waarin ze werd verzwolgen door een reuzengrote Bumba met uitpuilende ogen en vieze stinkbek... En haar nachten waren al zo kort)
De vrouw liep naar de veertig dus op zich was het niet zo abnormaal dat zulke existentiële vraagstukken haar plaagden.  Haar vorige soortgelijke crisis dateerde van tien jaar geleden, toen de kaap van de dertig schrikwekkend dichterbij kwam en ze het even allemaal niet meer wist. Totdat ze plots(klaps) toch zwanger werd, en een mamablog begon. En dacht daarbij zichzelf gevonden te hebben. Maar ja, na nog eens 10 jaar was het voor haar zo helder als een lentehemel na een lange druilerige winter. Ze moest iets anders doen. Echt iets voor zichzelf dit keer. Geen naailessen om meisjesjurkjes te leren maken. Geen oudervereniging omdat die fantastische school ouderparticipatie zo belangrijk vindt. En ook geen mindfullnesscursus omdat het hip is en je het 'echt moet gedaan hebben'.
Nu kan u zich wel voorstellen dat 6 jaar in de isoleercel van Kabouterland niet bepaald een boost is voor uw zelfvertrouwen. Dat voelde de vrouw ook al meteen nadat ze de inschrijvingsmail had gestuurd. "Wat denk je wel? ", riep het gemene heksenstemmetje in haar hoofd. "Je denkt toch niet dat die huis- tuin- en keukenbrouwsels van jou ook maar iéts om het lijf hebben, laat staan in de buurt komen van het literaire genre 'Column'? " "Nee, natuurlijk niet", antwoordde de vrouw. "Maar ik moet toch ergens beginnen? En daarbij...", diende ze de heks nog moedig van repliek, "vroeger schreef ik best aardig, althans volgens mijn leraar Nederlands die wel eens durfde weg te lopen met één van mijn verhandelingen. Ja ja, echt waar!" De gemene heks gniffelde en mompelde nog iets na in de trant van: "Je zal wel zien dat ik gelijk krijg!". Maar de vrouw hield voet bij stuk. Ze zocht nogmaals in haar plakkende handtas -naar haar creditkaart ditmaal- en schreef  koppig de 120 euro cursusgeld over. Waarna ze de eerstvolgende kinderkrabbeltekening negeerde, haar stinkende baby voor de TV plantte en begon te schrijven.

dinsdag 31 mei 2011

Pijn

Laatst fietste ik met mijn met Bloemen volgeladen bakfiets door de stad. Het zonnetje scheen, er stond weinig wind en ik werd eens een keertje niet van mijn sokken gereden door zigzaggende lijnbussen aan 80 km per uur. Ik zag zelfs geen  tegenligger in de éénrichtingstraat die ik in tegenrichting doorfietste. De Bloemen keken vredevol en zachtjes neuriënd rond vanuit hun bak. Ze waren blij dat ze naar school mochten. Ze hadden zowaar mekaars handje vast  (maar dat kan ik me ook verbeeld hebben). Kortom: een moment zoals je het maar één keer per schrikkeljaar meemaakt.
Plots verschijnt er van achter het hoekje een andere moeder, duidelijk afgeleefd, buggy nors voor zich uitduwend en geflankeerd door 3 levendige kleuters. Kleuters die niets anders deden dan levendig zijn. En ook wel een beetje tegen elkaar aanduwen en trekken. Irritant doch normaal gedrag voor hun leeftijd dus. Maar dat was blijkbaar teveel voor de norse afgeleefde moeder, kon ik opmaken uit de hysterische commando's en dito snauwen die ze haar kinderen toewierp. En alsof dat niet genoeg was, zag ik haar even later ook nog ééntje bij zijn nekvel grijpen en haar vlakke hand in het gezicht van het ongelukkige ventje petsen. Zomaar! Expres! Het kind kon nog geen 3 jaar oud kon zijn en begon natuurlijk te huilen van de pijn.
Op zo'n momenten voel ik de agressie als vulkanisch magma in me opborrelen. Ouders die hun kind slaan, het is iets wat ik niet kan begrijpen, horen, laat staan zien gebeuren. Ja ok, ook ik heb me wel eens bezondigd aan een pedagogisch tikje op het moment dat ze met hun mollige handje naar de gloeiend hete oven reiken, of vlak voordat ze een fles bleekwater aan hun mond willen zetten. En ik geef toe, soms... neen,  eigenlijk vrij vaak,  moet ik ook tot 10 tellen en iets anders met mijn handen gaan doen ter preventie van erger. Zo heb ik al eens een sigaret opgestoken, of de radio oorverdovend luid gezet, of een DVD doosje wild door de de kamer gesmeten, of  godbetert, een breiwerkje ter hand genomen. Maakt niet uit op zo'n moment. Alles is beter dan je kind slaan, toch?
Maar daar fiets je dan, en eigenlijk wil je stoppen en tegen die moeder zeggen dat dat verkeerd is, je kind slaan. Het ventje vastpakken en een kusje geven en ach ja, waarom niet, mee naar huis nemen en een groot stuk chocola geven om hem te troosten. Maar je doet het niet. Neen, je draait je hoofd om en fietst door. En even later vraag je aan je kinderen: "Doet mama dat ook wel eens, zo boos worden? "  "Ja heel soms wel, maar ons kletsen heb je nog niet gedaan", zeggen ze, waarna ze zachtjes verder neuriën. Nog niet, onthoud ik, ... nog niet.

zaterdag 28 mei 2011

Wat ik nu allemaal heb en vroeger nooit dacht te krijgen

  1. Wallen onder mijn ogen
  2. Een grijze bles
  3. Gehoorschade gepaard gaande met selectieve doofheid
  4. Pijnlijk korte nachten
  5. Nog bredere heupen
  6. Soms 3 weken geen seks
  7. Kinderfoto's op mijn bureau
  8. Kinderfoto's op mijn gsm
  9. Kinderfoto's in mijn agenda
  10. Kinderfoto's aan de muur
  11. Kinderfoto's op facebook
  12. Een mamablog met... kinderfoto's
  13. Stapels, overal en altijd en van vanalles
  14. Hele lunchgesprekken met collega's alleen maar over slaaptechnieken, eetproblemen, driftbuien en de beste billendoekjes op de markt.
  15. Een monovolume vol kruimels, beschimmelde broodkorsten, in de bekleding plakkende kauwgums en half leeggedronken drankbricjes
  16. Een 'hoek' om stoute kinderen in te zetten
  17. Spontaan tranende ogen
  18. Een hart dat veel te snel verweekt
  19. De woorden "als ge geen kinderen hebt kunt ge er niet over meespreken"

woensdag 18 mei 2011

Cinema op de tandartsstoel

Een tandartsbezoek is nimmer en voor niemand een pretje. Nu ben ik niet het type dat een paniekaanval krijgt alleen al bij de gedachte aan het zacht doch indringend gezoem. Noch de stoel, de lamp of zelfs het gekeuter van de tandartshaak boezemen mij échte angst in. Neen, ik ga zelfs rustig en cool naar mijn afspraak. Na vijf grondige toiletbezoeken en mezelf toesprekend dat het over een uurtje alweer voorbij is. Niet dat ik het, zoals mijn Bloemen, beschouw als een leuk en spannend uitje. Dat nu ook weer niet. Tja, want zij vonden het wel érg bijzonder. Niet in het minst omdat ze van de tandarts naar De Kleine Zeemeermin mochten kijken tijdens de werken. Door zo'n coole sci-fi bril nog wel. En een cadeautje mochten uitkiezen als beloning voor het niet slaken van angstkreten. En zelfs drie keer hun cadeautje mochten omruilen omdat het eigenlijk toch niet naar hun zin was.

"Mag jij dan ook naar 'De Kleine Zeemeermin' kijken?" vroeg Grote Bloem. "Ik denk dat dat alleen voor de kindjes is.", antwoordde ik al lachend bij het idee alleen al. Groot was mijn verbazing dan ook toen de tandarts, voordat hij de spuit in mijn kaak wilde planten, vroeg of ik zin had in een filmpje. "Neu", zei ik dapper, "het lukt zo ook wel hoor". En toen plantte hij dus die spuit in mijn tandvlees. En  kromde ik even mijn tenen (wat hij in geen geval kon gezien hebben!). En daarna begon hij een klein beetje te boren en stelde hij wederom de vraag, maar dan iets kordater. Ik twijfelde en lachte wat zenuwachtig en hoorde mezelf antwoorden:"Ach ja, als je iets anders hebt dan de Kleine Zeemeermin, waarom niet?" En zo kwam het dat ik de eerste 20 minuten van de film Cellular zag als een echte Geordi La Forge met opengesperde mond, gekromde tenen en gebalde vuisten.

dinsdag 17 mei 2011

Wolken

Alles vervliegt
stukjes van dagen, blikken van mensen
wolken laten zelfs geen sporen na. Neen, ze lossen op.


Als wolken, wattig en vochtig
als miljoenen kleine druppels vallen we zacht
of hard en onbegrijpelijk vaak


Alles vervliegt
dissolvant voor de tijd, ether voor het niets
en onze handen en geesten doen zo hun best.  Graven naar herinneringen


Terwijl


Het volle verstand het weet
dat we met zovelen zijn en altijd weer met niemand
en achterblijven om te gaan


Alles vervliegt
omdat we bestaan



zondag 15 mei 2011

En toen werden we een schema...


"Waarom wordt dat kind ( Kleine Bloem, 4 jaar ) niet gek van zichzelf?", vroegen we ons al geruime tijd af, het einde van ons Latijn nabij. Waarom loopt ze de hele tijd boos, zeurderig, aandachtszoekend en dramaqueenerig door het huis te mokken? Waarom zijn haar eerste woorden aan tafel altijd: "Ik lust dat niet, ik heb dohooorst" om dan boos haar bord van tafel te schuiven, zodat onze gezinsmaaltijden steeds weer uitdraaien op oorlogen. En waarom praat ze ons na en lacht ze ons uit als we haar een standje geven (een perfecte nabootsing van de wijzende vinger incluis)? En waarom moeten we haar zo wat elke dag wel minstens één keer afzonderen om af te koelen en haalt het niks maar dan ook niks uit, behalve dat ze soms ook naar ons uithaalt? En waarom, o waarom is ze op school de liefste, de flinkste, de meest oplettende kleuter van de hele klas,  eet ze altijd braaf haar boterhammen op en zoekt ze nimmer ruzie met niemand?
Zou ze misschien wat meer structuur nodig hebben, vroegen we ons af? Moeten we het leven niet wat voorspelbaarder voor haar maken, stelden we ons de vraag?  En dan gaat een mens zich buigen over schema's en pictogrammen. Toegegeven, niet uit volle overtuiging, maar eerder uit pure wanhoop. Gedaan met plotse ingevingen en impulsieve beslissingen en kies maar zelf houdingen. Neen, een strak schema: hoe verloopt een week? Wat zijn de vaste, steeds terugkerende momenten? Wat verwachten we van haar, en van de andere Bloemen, én van onszelf? Ok, elke dag op hetzelfde uur opstaan dan maar. En gedaan met in de pyama rondlummelen tot de noen in het weekend. Neen, opstaan, meteen aankleden en eten! Op vaste momenten in bad, TV kijken of computeren. En niet te vergeten: 2 keer per week exclusieve papa-mama tijd. Minstens.
Het ziet ernaar uit dat wij harder zullen moeten werken dan zij.

vrijdag 24 december 2010

Things to do on a birthday

  1. Om 6.30u opstaan
  2. Bloemen naar school brengen met de auto door een pak sneeuw van 10 cm
  3. Thuiskomen in een puinhoophuis
  4. Opruimen
  5. Badkamer poetsen
  6. Living en keuken poetsen
  7. Strijken
  8. Op de verwarmingsonderhoudsman wachten
  9. Voorbereidingen treffen voor het kerstmenu van morgen
  10. Bloemen van school halen met de auto door een pak sneeuw van 9 cm
  11. Verdere voorbereidingen treffen voor het kerstmenu van morgen
  12. Een beetje ontspannen voor de rest van de avond, ... hopelijk.

donderdag 23 december 2010